Papa-san en Mama-san zeggen zeelui vaarwel

Auteur: door Ronald Verstraten |   dinsdag 27 mei 2008 | 08:19 | Laatst bijgewerkt op: dinsdag 27 mei 2008 | 08:38

300_san_761267a.jpg

Het echtpaar Tanis stopt bij het Varenscentrum in Terneuzen. foto Peter Nicolai

TERNEUZEN - Als je maanden weg bent van huis, wil je wel eens met je familie bellen.

Of je zoekt een luisterend oor. En dan niet dat van die collega, die je op je zeereizen tóch al elke dag tegenkomt. Af en toe snakt de zeeman naar een huiselijke sfeer. Naar een plaatsvervangende vader en een moeder, zo je wilt. Rollen die in het Terneuzense Varenscentrum bijna een kwart eeuw waren weggelegd voor het echtpaar Tanis. Papa-san en Mama-san, zoals ze door Koreaanse matrozen worden genoemd.

In tegenstelling tot Claudette (62) die zich omschrijft als 'halve Belg', is Ewit (65) een rasechte Terneuzenaar. "Ik kom uit een schippersfamilie. Op mijn veertiende ben ik op de kustvaart gaan werken. Later heb ik nog wel eens een paar jaar aan wal gewerkt, maar dat beviel niet. Het in het gareel lopen. De scheepvaart is dan toch vrijer." Dus keerde hij terug op de vaart, maar moest later door reuma toch weer werk zoeken aan wal. "Toen werd er op een gegeven moment een echtpaar gevraagd voor het zeemanshuis. Zo zijn we erin gerold." Ze kenden het milieu wel, dat vroeger ook voor een groot deel uit binnenschippers bestond, maar sommige dingen waren nieuw. "Je wordt geconfronteerd met zeelieden uit andere landen die voor 'peanuts' werken. En met leefomstandigheden op de schepen die absurd zijn. Zelfs nu in 2008 is er nog niks veranderd. Ik noem het gewoon moderne slavernij. Een goedbetaalde Filipijn krijgt vijfhonderd dollar per maand. Als je dan ziet dat de dollar momenteel 58 cent waard is… Het gros krijgt zelfs maar 350 of 380 dollar per maand. En daarvoor zitten ze wel minimaal tien maanden op een schip."

Het beeld van de kroeglopende zeeman die en passant naar de hoeren gaat, klopt dan ook al lang niet meer. Ze hebben er het geld niet eens voor. Tegenwerpingen van buitenstaanders dat het zeemanssalaris in hun thuisland veel meer waard is, wijst het echtpaar van de hand. "Want ze zitten wel hier. En een pakje sigaretten kost voor hen ook gewoon vijf euro. Als ze bij Yara liggen in Sluiskil, kunnen ze 's avonds een taxirit terug vanuit Terneuzen niet eens veroorloven. Dan snap je dat die mensen zo blij zijn als ze door ons worden opgehaald, dat ze toch eens even van dat rotschip af kunnen."

Het busje van het Varenscentrum gaat 's middags de schepen langs en brengt 's avonds de zeelui terug. De toch al ongebruikelijke werktijden van de beheerders – van twee tot elf – worden nogal eens overschreden. "Als er een voetbalwedstrijd op tv is, laat je die natuurlijk uit kijken. En als je dan nog langs verschillende schepen moet, ben je niet meteen terug." Hun opvolger Joop van Donderen (55) kan dus alvast zijn borst nat maken. Al staat hij er met twee vrouwelijke part-timers en een groepje vrijwilligers niet alleen voor. De van oorsprong Groningse oud-schipper loopt al een paar jaar mee als vrijwilliger.

Bezoekers komen uit heel de wereld. "Soms uit landen waar ik zelfs nog nooit van had gehoord. Tegenwoordig komen er veel uit het oostblok." Het zeemanshuis is niet alleen een sociaal trefpunt, maar ook een plaats waar veel en ver getelefoneerd wordt. Met een Seafarer's kaart kan men tegen een goedkoop tarief bellen. Er staan zes telefoonhokjes, plus twee computers om te internetten. Met name rond de kerstdagen is er behoefte aan een persoonlijk praatje. "Je kunt dan merken dat ze het soms erg moeilijk hebben", zegt Claudette. In geval van ziekte of problemen zijn er contacten met hulpverleners, maar die sluiten niet altijd snel genoeg aan, omdat de zeelui meestal maar een dag in Terneuzen zijn.

Na hun afscheid blijven Ewit en Claudet als vrijwilliger verbonden aan het Varenscentrum. De afscheidsreceptie is daar zaterdag van 17.00 tot 20.00 uur.